SJTUB a public art project

sjtub project (2010—ongoing)

about, contact,


MACHINES OF MOURNING

MACHINES OF MOURNING
MACHINES OF MOURNING
MACHINES OF MOURNING
MACHINES OF MOURNING

MACHINES OF MOURNING, EEN EXPOSÉ 27/03/2015 CMUNZ ARTISTS

1.Sjtub is een longitudinaal publiek kunstproject (2010-2020) dat uit een reeks (20+) manifestaties bestaat. Het moet het voor burgers van de oostelijke mijnstreek mogelijk maken zich tot het verleden van mijnwerk en mijnsluiting opnieuw te verhouden -denkend en voelend.

  1. Sjtub en het jaar van de mijnen zijn nauw met elkaar verwant. Sjtub heeft aan de ideeen voor het jaar van de mijnen een forse bijdrage geleverd. De doelstellingen van Sjtub en het jaar van de mijnen vertonen grote overeenkomsten.

  2. Een rode draad in de Sjtubmanifestaties wordt gevormd door een aantal openbare repetities en lifeuitvoeringen van nieuwe hedendaagse blaasmuziekcomposities, die speciaal voor de manifestaties zijn geschreven.

  3. Er hebben inmiddels drie wereldpremieres plaatsgevonden; het vaderlament, sjtub, inne staetse maen.

  4. In totaal zullen er vijf composities geschreven worden. De composities staan niet los van elkaar, maar vormen samen uiteindelijk een geheel, de Machines of Mourning suite, die in zijn totaliteit moet worden uitgevoerd.

  5. De composities kennen sterk verschillende muziekstijlen, instrumentaties, bezettingen: (1) tse vos wanderlied; zang, blaasinstrument; een zanger, een blaasmuzikant (2) koel; minimal music; percussie, blaasinstrumenten, zang; gemengd harmonie en fanfareorkest van variabele grootte plus koor (3) het vaderlament; elegie; vier enkele verschillende blaasinstrumenten; de vier broers steinman (4) sjtub; neoromantisch uitlopend in geluidsveld; blaasinstrumenten zonder percussie; groot gemengd harmonie en fanfareorkest; (5) inne staetse maen; idem als bij vier; blaasinstrumenten zonder percussie met zang; groot gemengd harmonie en fanfareorkest met koor en solisten.

  6. De verschillende composities thematiseren achtereenvolgens (1) de wanderung van de immigrant en het achterlaten; (2) de zwaarte, de monotonie en het industriele karakter van het mijnwerk en het bijbehorende geluidslandschap; (3) de dood van vader en de moeilijkheid te rouwen (4) het gevecht om de adem dat je uiteindelijk verliest (5) het wegsterven van de ‘trotse mannen’ en hun spookachtige voortbestaan.

  7. De suite als geheel maakt het mogelijk te rouwen om het verdwijnen van een leefwereld, een verloren bestaansrecht, een mislukte wederopstanding.

  8. Bij alle vijf de composities hoort een aparte videoinstallatie. De installaties zijn op de muziek gecreeerd. Net als bij de composities verschillen de installaties in stijl en beeldtaal maar vormen ze tegelijkertijd een geheel. Belangrijke elementen van de installaties zijn het gebruik van zwartwit; het gebruik van meerdere schermen en projectievlakken; het gebruik van herhaling, fasering, uberschneidung, tempowisseling en abstractie; het gebruik van nieuw en van archief-materiaal; het gebruik van tekst als beeldelement; het tot icoon maken van de alledaagse mijnwerkgerelateerde gebruiksvoorwerpen, die door de families bewaard worden; het ervaarbaar maken van de vernietiging van de mijngebouwen; het onzichtbaar maken van de mijnwerkers. De installaties volgen de stijl en het thema van de composities: (1) lyrisch, wanderung; (2) minimal, industrie; (3) elegisch, portret; (4) neoromantisch/veld, ademnood; (5) neoromantisch/veld, kaalslag.

  9. De rol van de uitvoerende musici is anders dan gebruikelijk. De composities zijn zo geschreven dat het uitvoeren voor de musici tot een ervaring leidt die verwant is met de thematiek van muziek en installatie. Die ervaringen zijn respectievelijk ‘in je eentje door de zaal lopen, al spelend, al zingend’, ‘zestien minuten herhaling, verveling, kramp’, ‘stemmen die verloren gaan’, ‘buiten adem raken, onspeelbare noten, verstikking’ (2x). In de uitvoeringspraktijk wordt op de intensivering van die eigen ervaring van de musici de nadruk gelegd. Dat mag en zal uitdrukkelijk ten koste gaan van speeltechniek en klankschoonheid. Het spelen van de Machines of Mourning composities is behalve een uitvoering ook een ‘performance’. De collectieve speelervaringen van de musici voegen een derde element toe aan de muziek en de videoinstallatie. Het publiek is niet alleen toe-hoorder en -kijker, maar ook getuige.

  10. De composities voor de Machines of Mourning worden geschreven door Hardy Mertens. Hardy Mertens is een van de leidende componisten van hedendaagse fanfare- en harmoniemuziek in de wereld; hij is nauw verbonden met het WMC in Kerkrade; hij is afkomstig uit de oostelijke mijnstreek en stamt uit een mijnwerkersfamilie. De videoinstallaties voor Machines of Mourning worden gemaakt door Christine Munz, een van de leidende cameravrouwen voor documentaires, speelfilms en cultuurtelevisie in Zwitserland. Christine Munz komt al dertig jaar naar de oostelijke mijnstreek, werkt sinds 2010 aan de Sjtubmanifestaties en heeft een intensief onderzoek gedaan naar het beeldarchief. De tekstelementen die onderdeel vormen van Machines of Mourning zijn geschreven door de filosoof Frans Geraedts, die over de wereld werkt aan morele oordeelsvorming en de ethiek van de herinnering. Frans Geraedts is afkomstig uit de oostelijke mijnstreek, woont in en werkt vanuit Amsterdam en werkt sinds 2010 aan de Sjtubmanifestaties. De tekstelementen van inne staetse maen zijn geschreven door Wiel Kusters, dichter, biograaf en essayist. Wiel Kusters komt uit de oostelijke mijnstreek, is professor aan de Maastrichtse universiteit en stamt uit een mijnwerkersfamilie.

  11. Onder de titel “Machines of Mourning” stel Sjtub voor om een liveuitvoering van vier van de vijf composities met bijbehorende videoinstallaties als onderdeel van het jaar van de mijnen te programmeren. Het gaat dan om de composities 2/5, koel, het vaderlament, sjtub, inne staetse maen. De uitvoering van koel is dan een wereldpremiere. In totaal beslaat deze liveuitvoering 45 minuten. Dat betekent dat hij geprogrammeerd kan worden als onderdeel van een groter geheel, maar ook zelfstandig.

  12. Blaasmuziek en mijnwerk blijken intrinsiek met elkaar verbonden. De mijnbouwondernemingen financieren harmonieen en fanfares. Blaasmuziek is industriele muziek; kwa klank, instrumenten, handzaamheid, dynamiek, gevoel. Doorslaggevend is de doodverachting: muziek maken, schoonheid scheppen met de adem terwijl je weet dat de verstikking wacht.

  13. In de oostelijke mijnstreek en omstreken is de traditionele verbondenheid met de blaasmuziek op een hoger plan gebracht door het Wereld Muziek Concours. De streek kent niet alleen een verbazingwekkend grote hoeveelheid excellente professionele blaasmusici en dirigenten maar dankzij het WMC ook een hoog geschoold publiek.

  14. De blaasmuziek is in de oostelijke mijnstreek de muziek van de herinnering. Iedere noot die er geblazen wordt roept onmiddelijk het mijnverleden op, de geschiedenis van de harmonieen en fanfares zelf, de familiegeneraties die de muziek als in een optocht door de tijd, een processie, aan elkaar hebben doorgegeven.

  15. Muziek is de kunstvorm die het meest direct de emoties aanspreekt.

  16. De hollandse verhouding tot het landschap is utilitair. Zeearm wordt zoet meer wordt koeienpolder wordt bloembollenveld wordt natuurpark. Die rationele benadering is ook kenmerkend geweest voor de manier waarop de mijnen gesloten werden. De Australische kolen zijn goedkoper op de wereldmarkt dan de Europese, de gasvondst in Groningen biedt een alternatief, de kolenwinning in Europa zal in de toekomst alleen maar duurder worden: de mijnen worden razendsnel en op een geordende en grondige wijze gesloten, afgebroken en opgeruimd. Er wordt niet nagedacht over en niet stilgestaan bij de emotionele dimensie van de sluiting en de gevolgen die de achteloze kaalslag van de mijnzetels daarbinnen heeft. De families van de (ex)-mijnwerkers gaan tegen die achteloze kaalslag in verzet. Ze doen dat door voorwerpen die met het mijnwerk te maken hebben in huis te bewaren – generaties lang. Die voorwerpen worden daardoor tegelijk monument, transitional object en museaal object.

  17. De lamp, dur pungel, de penning, de waszak, het horloge, de werkleding, de schoenen, de helm en dur blech zijn in de oostelijke mijnstreek de primaire dragers geworden van de erkenning en waardering van het zware werk van de vaders en grootvaders en van dat wat ze met dat werk voor familie en gemeenschap tot stand gebracht hebben.

  18. Het bewegende beeld is bij uitstekt geschikt om een toeschouwer onder te dompelen in een situatie, zijn volledige aandacht te richten op personen, dingen of handelingen.

  19. In het oeuvre van Hardy Mertens is de suite Machines of Mourning van uitzonderlijk betekenis. In het oevre van Christine Munz is de videoinstallatie Machines of Mourning van uitzonderlijke betekenis.

  20. Binnen de blaasmuziek is Machines of Mourning baanbrekend. De combinatie van radikaal verschillende stijlen; de intense verwevenheid van muziekstuk en videoinstallatie; het gebruik van de ervaring van de uitvoerende musicus; de explicitering van de verbondheid tussen blaasmuziek en mijnwerk; de herinterpretatie van het requiem; het mogelijk maken opnieuw over de verliezen rond mijnwerk en mijnsluiting te rouwen; dat alles, dat alles tesamen is vernieuwend en opent perspectieven naar een blaasmuziekpraktijk die opnieuw een rol gaat spelen in het collectieve gevoelsleven.

  21. Binnen de videokunst is Machines of Mourning een voorbeeld van werk dat zich met het verleden uiteenzet en de manier waarop dat verleden wordt herinnerd, verdrongen, verbeeld, herhaalt, verwerkt. Bijzonder aan de videoinstallatie Machines of Mourning is onder andere dat het bewegende beeld op de muziek (thema, stijl, harmonie, dynamiek, tempo, ritme) gesneden is; dat er met emotioneel beladen beeldmateriaal gewerkt wordt dat niet narratief maar evokatief wordt gebruikt; dat de installatie zich op de eerste plaats op een specifiek, tijd en plaats geboden publiek richt (de burgers van de oostelijke mijnstreek een generatie na de sluiting); dat de installatie een rouwmachine is en een publiek kunstwerk en onderdeel van een reeks manifestaties.

  22. Binnen de hedendaagse kunst die zich direct of indirect met mijnwerkers, mijnwerk, de gemeenschappen en de gevolgen van sluiting uiteenzet is Machines of Mourning kwa ambitie, gebruikte media en thematiek het meest verwant met Miners Hymns. Het belangrijkste verschil is de verhouding tot het verleden. Op briljante wijze slaagt Miners Hymns erin het mijnwerk als een omvattende levenswijze zichtbaar te maken, als een wereld die verdwenen is. Het is uiteindelijk zoals de titel al zegt een lofzang. Machines of Mourning maakt de verliezen opnieuw ervaarbaar; van de immigrant, de mijnwerker, de doodzieke, de exmijnwerker, de gemeenschap. Het is uiteindelijk zoals de titel zegt een rauw requiem, een rouwmachine. (In de verhouding tot het verleden is Machines of Mourning eerder te vergelijken met A Subtlety van Kara Walker of And Europe Will Be Stunned van Yael Bartana)

  23. Voor de burgers van de oostelijke mijnstreek is Machines of Mourning belangrijk omdat het opnieuw (voor het eerst?) rouwen over de verliezen die bij mijnwerk en mijnsluiting geleden zijn, verwerking mogelijk maakt en het ontwaken uit een collectieve depressie.

  24. In de eerder uitvoeringen van delen van Machines of Mourning is duidelijk geworden dat de installatie zalen vult en een publiek aantrekt met een ongebruikelijke bandbreedte: kunstliefhebbers, muziekliefhebbers, muzikanten van harmonieeen en fanfares en hun familie, mijnwerkers en hun familie.

  25. Voor het longitudinale publieke kunstproject Sjtub (2010-2020) is het programmeren en financieren van de manifestatie Machines of Mourning in het kader van het jaar van de mijnen van groot belang. Het zorgt voor continuiteit in de reeks-binnen-de-reeks van manifestaties die rond blaasmuziek zijn opgebouwd. Het verdiept de rouwervaring van uitvoerende musici en van het publiek die eerdere manifestaties meemaakten. Het voegt nieuw publiek toe. Het geeft Sjtub precies het zetje dat nodig is voor de manifestaties van de komende vijf jaar, voor de tweede helft van het project. Het allerbelangrijkste is dat de programmering en de financiering in het kader van het jaar van de mijnen zeker stelt dat de muzieksuite en videoinstallatie Machines of Mourning kan worden voltooid. Vier/vijfde is dan immers rond. Wordt de manifestatie niet geprogrammeerd en gefinancierd bestaat het risico dat het werk er aan moet worden afgebroken.

  26. In het kader van Culturele hoofdstad 2018 werd Machines of Mourning al voor programmering en financiering als onderdeel van het jaar van de mijnen geselecteerd.