SJTUB a public art project

sjtub project (2010—ongoing)

about, contact,


KOEL & THE MINERS HYMNS
KOEL & THE MINERS HYMNS

Bill Morrison, Johan Johannsson, Parkstad Miners Brass, Ron Daelemans, Hardy Mertens, cmunz artists, KOEL and THE MINERS HYMNS

RAUW ((Toespraak van 3000 woorden, gehouden op 28 november 2015 in de Aula Maior van Rolduc)) ((Tekst tussen enkele haken () werd niet uitgesproken.Tekst tussen dubbele haken bevat regie- en leesaanwijzingen)) ((De spreker neemt het woord in het donker. Hij spreekt dit eerste deel van de tekst vlak uit en beweegt spaarzaam. Alsof het om een reeks feitelijke mededelingen gaat.)) De oostelijke mijnstreek is de vijfde stad van Nederland; een enkel stedelijk gebied met duidelijk herkenbare buitengrenzen, een eigen identiteit en een eigen geschiedenis. De oostelijke mijnstreek is de vijfde stad van Nederland. Dubbel zo groot als Maastricht, net even wat groter dan Eindhoven, even zo groot als Aken. Die vijfde stad van Nederland is sinds de sluiting van de mijnen, is nu sinds vijftig jaar, onafgebroken, in verval. Vijf symptomen van verval 1) De stad is dodelijk ongezond. Men gaat hier vroeg dood. Men sterft hier eerder dan waar dan ook in nederland. Hetzelfde geldt voor de ouderdomsgebrekkigheid. Ook die begint hier vroeg, vroeger, jonger dan elders: nergens zo veel rollators en scootmobiels als in de oostelijke mijnstreek. De oorzaak van dat vroege gebrek en dat vroege sterven is bekend. Het is de levensstijl. De zelf gekozen levensstijl. Men zit kijkt rookt drinkt en eet het eigen zelf met opzet vroeg dood. Dat is hoe lafaards zelfmoord plegen. 2) De stad herhaalt zich vruchteloos. Er wordt hier sinds vijftig jaar 'ge-her-industrialiseerd'. Drie golven laten zich onderscheiden. Alledrie die herindustrialisaties zijn mislukt. De eerste is mislukt vanwege fraude, de tweede vanwege gebrek aan visie. En de derde, de meest recente? Dat was vanaf zijn conceptie niet meer dan een fantasme: herinnert u zich dat de oostelijke mijnstreek een jaar of vijf geleden de wereldhoofdstad van de productie van zonnepanelen zou gaan worden, het sillicon valley van de duurzame energie? Het boek van de herindustrialisatie is definitief dicht. 3) De stad verliest denkkracht. Sinds de sluiting is er in de oostelijke mijnstreek een continue "brain drain" gaande - een hersen-leegloop. Die leegloop kent drie oorzaken. Bijna iedereen met een hogere opleiding verlaat de stad en bijna niemand keert terug. De universiteit ging naar Maastricht en niet naar Heerlen. Het topmanagement, de staf en de beleidsafdelingen van de grote overheidsdiensten die naar hier kwamen zijn spoorslags teruggekeerd naar de randstad. De collectieve intelligentie van de oostelijke mijnstreek steeg niet van jaar tot jaar -maar daalde. 4) De stad krimpt. Het bevolkingsaantal daalt. Wat rest vergrijst. Kinderen zijn zeldzaam. Scholen sluiten. Huizen zijn zowat onverkoopbaar. Industrieterreinen blijven leeg. Horeca gaat failliet. Winkelstraten lopen leeg. Wijken worden gesloopt. 5) De stad verloochent zichzelf. Niemand is hier van hier. Wij zijn allemaal kinderen of kleinkinderen van immigranten. Twee grote stromen mensen kwamen naar hier: de ene vanuit heel nederland, de andere stroom vanuit heel Europa. (De oostelijke mijnstreek ligt in Limburg, maar is niet Limburgs. Het is een melting-pot, een integratiemachine.) Desondanks stemt men hier nu op de PVV -op een anti-immigranten partij -in sommige wijken krijgt die partij zelfs 60% van de stemmen. Met die stem op het onfatsoen verloochenen de burgers van de oostelijke mijnstreek de eigen ouders en grootouders, de eigen afkomst en geschiedenis, ze verloochenen zichzelf. Drie onderliggende oorzaken voor het verval. 1) De mijnsluiting. De economische basis onder de stad werd weggevaagd. Wat er voor terugkwam is veel minder waard: laag geschoold administratief werk. 6) De stad is nooit polis geworden. De lokale politiek organiseert zichzelf nog steeds langs de lijnen van de negentiende eeuwse stadjes en dorpjes. Daardoor kunnen de problemen van een grote stad niet worden opgelost, de kansen van een grote stad niet gegrepen. De burger van de vijfde stad van Nederland wordt niet naar behoren vertegenwoordigd. Dat maakt die burger machteloos. 7) De mentaliteit van de burgers is verziekt. De sluiting riep een angst die de burger tot op de dag van vandaag in de greep heeft: de verlammende angst geen toekomst te hebben. De onnadenkende en onachtzame kaalslag van alles wat met het mijnwerk te maken had - gebouwen, wijken, landschap- , de vernedering van de vaders na de sluiting en de verschrikkelijke alledaagsheid van hun verstikkingsdood bemoeilijkten de noodzakelijke rouwprocessen; een collectieve depressie was het gevolg. Vijftig jaar mislukking sloeg neer als passieve agressie in de persoonlijkheden en als verachting in de relatie tussen de geslachten. De oostelijke mijnstreek bereikte een dieptepunt in de jaren negentig van de vorige eeuw toen de georganiseerde misdaad de stad stilzwijgend dreigde over te nemen. Daar begint ook een ommekeer. Politiek en politie gaan de strijd met de georganiseerde misdaad aan en winnen die. Volkomen onverwacht, door niemand voorzien, ontstaat er vervolgens een succesvolle leisure industrie in de stad. (Pink Pop. Snow World, de Golfbaan, de Wereldtuinen, de Thermen, het Continuum, Gaia Park.) In Heerlen wordt de Culturele Lente in gang gezet. ((De spreker staat vanaf dit moment in de toespraak in het licht. Hij gesticuleert en gebruikt zijn stem om de argumenten kracht bij te zetten; alsof het om een moreel appel gaat.)) Dames en Heren, Het jaar van de mijnen is bijna afgelopen. Dames en Heren, Het jaar van de mijnen was een overweldigend succes. Waarom? Omdat het aan onze stad haar verleden terug heeft gegeven. Of om het preciezer te zeggen, het jaar van de mijnen was een succes omdat het aan onze stad de trots op dat verleden teruggaf. Terugkijkend zal men later, straks, zeg over weer vijftig jaar, constateren, dat die door het jaar van de mijnen herstelde trots het eigenlijke begin was van de renaissance, van de wedergeboorte van de oostelijke mijnstreek. ((De spreker spreekt de volgende passage steeds sneller. Net voor de woorden "en daalden af" valt hij stil..daarna versnelt hij opnieuw)) Het waren gewone mensen, gewone mannen en vrouwe. Ze kwamen uit heel Nederland en uit heel Europa. Velen van hen kwamen te voet. Een paar Hollanders op de fiets, natuurlijk. Wie een beetje geld gespaard had voor de reis deed een deel van de tocht per trein. Sommigen kwamen uit de stad, uit Amsterdam bijvoorbeeld, of uit Zagreb, of uit Valencia. Anderen verstonden het vak al, waren al mijnwerker en kwamen naar hier uit een van de andere mijnstreken in de buurt, uit Belgie, uit Frankrijk, uit Duitsland, dat waren de grensgangers. De meesten kwamen van het platteland, van de Drentse hei, de Zeeuwse klei, het Peelse zand, van de valleien van Slovenie, de moerassen in Polen, de olijfgaarden van Italie; het waren boerenjongens met de zon en de seizoenen en en een buitenleven in de kop en in het lijf. Ze kwamen hier aan, in het nieuwste steenkolengebied van West Europa, laat, bijna te laat ontgonnen, een Hollandse misser die op het nippertje nog goed kwam, ze kwamen hier aan, die immigranten, en ... daalden af, in een diep zwart gat, een gat, de koel, waar ze feitelijk een leven lang niet meer uitkwamen. Ze wroeten in dat zwarte gat, een halve kilometer steen boven hun hoofd, in het donker, in een machinale kakofonie, ze schuften zoals het dialect zo mooi zegt, ze werken zich ongans, iedere dag weer, schicht na schicht. Het werk is niet alleen zwaar maar ook gevaarlijk. Je kunt doodgaan in dat gat, gewond raken en verminkt. En als je geluk gehad hebt en een leven van verwondingen heeft alleen wat zwarte littekens achtergelaten, niets ernstigs, dan is de kans groot -en iedereen weet dat- dat dur sjtub je alsnog te grazen neemt, dat je op een vreselijke manier zult creperen, een jarenlangzame verstikkingsdood. De mijnwerkers, al die mijnwerkers, de levenden en de doden, verdienen dat we trots op ze zijn. Waarom kwamen ze naar hier? Waarom daalden ze af in dat gat? Waarom namen ze dat schuften op zich? Om bij te dragen aan de welvaart van Nederland? om Nederland van energie te voorzien? Ik dacht het niet. Om geld te verdienen? Dat is dichter bij de waarheid, dat antwoord, maar nog steeds hopeloos krom. Ze kwamen naar hier, daalden af, schuften een leven lang ... om hun kinderen een betere toekomst te bieden. Zo simpel was het, zo simpel is het altijd. De mijnwerkers, de levenden en de doden, verdienen dat wij trots op ze zijn. Ze verdienen dat vanwege de zwaarte van het labeur, ze verdienen dat omdat ze het deden voor hun kinderen en hun kleinkinderen, maar ze verdienen die trots bovenal omdat ze zo succesvol waren, omdat ze er bovenmatig goed in slaagden die betere toekomst voor hun kinderen waar en werkelijk te maken. (( De spreker spreekt de volgende passage in een heel hoog maar gelijkblijvend tempo uit. Hij ondersteunt daarmee de strekking: "in minder dan drie generaties", wat wil zeggen: bijzonder snel)) In minder dan drie generaties bouwde het werk van de mijnwerkers een nieuwe grote stad in het hart van het ZuidLimburgse heuvelland. In minder dan drie generaties integreerden die mijnwerkers zichzelf volledig in de Nederlandse samenleving. In minder dan drie generaties creëerden ze een krachtige en bijzondere en rijke cultuur; een mengeling van avant- garde en volkscultuur, met drie geprononceerde zwaartepunten...muziek, voetbal, carnaval. De vijfde stad van Nederland, een integratiemachine, een eigen unieke cultuur. Dat is wat ze ons hebben nagelaten, wat ze voor ons bij mekaar geschuft hebben, dat is wat wij aan de mijnwerkers te danken hebben. Dames en Heren, Kunnen zij ook trots op ons zijn? Kunnen de mijnwerkers, de doden en de levenden trots zijn op ons? Op hun kinderen en kleinkinderen? Op ons beheer van hun nalatenschap? Op wat wij met de toekomst die zij voor ons maakten, gedaan hebben? Dames en Heren, Ik denk het niet. Ik denk niet dat ze trots op ons kunnen zijn. Zij zouden zich voor ons moeten schamen, de mijnwerkers, de levenden en de doden, ook al doen ze dat -uit liefde- waarschijnlijk niet. De verloochening van de eigen afkomst? Hoger opgeleiden die weglopen en de rest in de steek laten? Een stad die weg kwijnt? Vijftig jaar mislukking? Een langzame laffe collectieve zelfmoord? Het jaar van de mijnen heeft ons, heeft de burgers van de vijfde stad van Nederland, van de oostelijke mijnstreek het mijnverleden teruggegeven. Het jaar van de mijnen heeft ons het mijnverleden teruggegeven als een verleden om trots op te zijn. Het jaar van de mijnen heeft in onze herinnering teruggeroepen wat onze vaders en moeders en grootvaders en grootmoeders gepresteerd hebben -aan gene zijde van heroïek en nostalgie, als gewone mensen die zich om hun kinderen bekommerden. Door dat te doen heeft het jaar van de mijnen ons, de burgers van nu, beschaamd. Het jaar van de mijnen heeft ons gedwongen onszelf met de mijnwerkende generaties te vergelijken -en in te zien dat we tekort schieten. Het jaar van de mijnen dwingt ons in de spiegel van de vorige generaties te kijken en ons eigen falen onder ogen te zien. Het wordt tijd dat wij de rug rechten. Het wordt tijd dat we ons hun erfenis waardig tonen. Het wordt tijd dat we een begin maken met de renaissance van de oostelijke mijnstreek. (Ik weet, ik zie, ik voel, Dames en Heren, dat sommigen van u hier in de zaal inmiddels boos zijn. De succesvolle ondernemer wordt kwaad als ik het over mislukte herindustrialisatie heb. De intellectueel die bleef, raakt beledigd als ik zeg dat de mijnstreek dommer werd. De creatieve geest ziedt als ik naar de passieve agressie verwijs. De lokale politicus die zich inzet voor de gemeenschap, voelt zich onrecht aangedaan, als ik stel dat de burger niet goed wordt vertegenwoordigd. De partner van iemand met kanker is diep gekwetst als ik vroeg dood gaan met levensstijl in verband breng. Al die boosheid is begrijpelijk, heel begrijpelijk, maar even zo goed misplaatst. De ondernemer zou niet boos moeten zijn op mij maar op diegenen die tegen beter weten in bleven "herindustrialiseren". In plaats daarvan had men op het ondernemerschap en de ondernemers moeten vertrouwen. De intellectueel zou kwaad moeten worden op de andere hoogopgeleiden die de stad in de steek lieten. De creatieve geest zou moeten herkennen dat het de passieve agressie om haar heen is, die haar leven zuur maakt. De lokale politicus had al lang dat ene bestuur moeten realiseren, dat de vijfde stad van Nederland al vijftig jaar nodig heeft. Ik vraag de partner van de ernstig zieke om verontschuldiging.) Dames en Heren, wat staat ons te doen? Marc Jetten, de directeur van het jaar van de mijnen zegt het keer op keer en ik zeg het hem hier met plezier na: het jaar van de mijnen is niet een afsluiting maar een begin. Wij moeten het mijnverleden en de mijnwerkers een blijvende plaats geven in ons heden, ons leven, onze cultuur. Zij verdienen dat ....en wij hebben het nodig. Wij hebben die levende herinnering nodig als inspiratie, als uitdaging, als vertrouwensbron. Als zij het konden, kunnen wij het ook. Deze stad heeft een mijnmuseum nodig. Een mijnmuseum nieuwe stijl, dat zich niet opsluit in een enkel gebouw maar het verleden overal in de stad aanwezig stelt. Een museum waar exmijnwerkers, kunstenaars, intellectuelen, vrijwilligers en curatoren in samenwerken. Een museum dat de spokende mijnwerkers een thuis, de stad een geestelijk centrum geeft. We praten al dertig jaar over zon museum. Dat is lang genoeg. We moeten de hoog opgeleiden die de oostelijke mijnstreek zijn ontvlucht opnieuw aan de stad verbinden. Ze hoeven niet terug te komen. Ze hoeven hier niet te komen wonen. Maar het zou mooi zijn als ze een deel van het kapitaal dat ze elders hebben verworven, een deel van hun sociale, financiële en culturele kapitaal, hier zouden willen investeren. De stad heeft dat nodig. We moeten als burgers eindelijk het lot van onze stad zelf in handen nemen. De negentiende eeuwse politieke structuur moet opgeruimd. De oostelijke mijnstreek, de vijfde stad van Nederland moet nu eindelijk ook een polis worden, moet een enkel politiek bestuur krijgen, een college, een raad, een burgemeester. Laten we die politieke eenwording allemaal samen, burgers, ondernemers, verenigingen, instellingen en politieke partijen nog voor de volgende verkiezingen tot stand brengen. Dames en Heren, Anderhalf miljoen mensen zijn vanuit Syrie naar Europa onderweg. Te voet, net als onze grootouders. Ze doen dat, net als onze grootouders, voor hun kinderen. Ze doen dat omdat hun land door oorlog vernietigd wordt. Ze doen dat om hun kinderen de kans te geven te overleven. Zo simpel is het, zo simpel is het altijd. Europa gaat plaats voor ze maken. Als Europa dat op een goede manier doet, snel, verstandig, ruimhartig, dan gaat dat Europa een geweldige impuls geven -economisch, sociaal, cultureel. Als Europa dat op een goede manier doet dan legt dat het fundament voor de democratisering en modernisering van het Midden Oosten. Als Europa dat op een goede manier doet is dat de doodsteek voor Isis en het gewelddadige fundamentalisme. Zou het niet geweldig zijn, Dames en Heren, als de oostelijke mijnstreek in dat "plaats maken" binnen Nederland het voortouw zou nemen? Het opvangen van de volksverhuizing uit het Midden Oosten is de existentiële beproeving van de EU, van de unie van Europese democratieën. We gaan nu zien wat de unie waard is. De volksverhuizing gaat haar breken -of maken. Zou het niet prachtig zijn, Dames en Heren, als de oostelijke mijnstreek, de vijfde stad van Nederland, aan dat wankelende Europa een lichtend voorbeeld geeft? Wij kunnen hier 25000 Syriërs welkom heten. De krimp heeft daarvoor gezorgd. Er is hier meer dan plaats genoeg. Wij kunnen er voor zorgen dat die 25000 Syriërs razendsnel integreren. Wij hebben daar de kennis, de ervaring en het zelfvertrouwen voor. Been there, done that. Wij kunnen er voor zorgen dat die 25000 Syriërs een florerende gemeenschap gaan vormen. Omdat iedereen hier een immigrantenkind is: dat begrijpt elkaar snel. Omdat religieuze verdraagzaamheid hier een traditie is. Omdat -en dat is het belangrijkste- omdat wij hen net zo hard nodig hebben als zij ons. Kunnen wij dat, 25000 Syriërs een thuis bieden? Yes we can. Zou ons dat goed doen? Het zou ons genezen. Dames en Heren, Het programma van vanmiddag bestaat uit twee delen. Als voorprogramma wordt Koel uitgevoerd. Compositie Hardy Mertens, Videowerk Christine Munz, Concept Frans Geraedts. Het is een wereldpremière. Koel is een fragment. Het is een deel van een blaasmuziek-en-video-symphonie met de titel Machines of Mourning waar hardy, christine en frans sinds 2010 aan werken. Koel verbeeldt en verklankt de labeur, de genadeloze herhaling van het mijnwerk. Koel duurt zestien minuten. Dan volgt een korte onderbreking- geen pauze..we verzoeken u vriendelijk te blijven zitten. Het hoofdprogramma van vanmiddag is een uitvoering van Miners Hyms. Film: Bill Morisson. Compositie Johan Johanson. Miners Hymns is een van de belangrijkste kunstwerken van de eenentwintigste eeuw. Miners Hymns maakt het mogelijk het mijnwerk, het mijnwerkersleven, de mijnwerkerscultuur als een geheel te ervaren. In al zijn complexiteit, al zijn tegenstrijdigheid, al zijn ambivalentie. Miners Hymns maakt de zwaarte van het mijnwerkersbestaan ervaarbaar, maar ook de waardigheid en de schoonheid ervan. Miners Hymns maakt begrijpelijk dat mensen dat bestaan tot het uiterste wilden verdedigen. Miners Hymns verbeeldt en verklankt echter ook de onherroepelijkheid van het einde. Miners Hymns is de Guernica van het mijnwerkers bestaan. Miners Hymns maakt het u mogelijk om te rouwen om al de verliezen die mijnwerk en mijnsluiting met zich mee brachten. Ik wens u veel plezier. ((Frans Geraedts, filosoof)) ​

KOEL & THE MINERS HYMNS

2015, nov 29

MANIFESTATION #16

Bill Morrison, Johan Johannsson, Parkstad Miners Brass, Ron Daelemans, Hardy Mertens, cmunz artists, KOEL and THE MINERS HYMNS

RAUW ((Toespraak van 3000 woorden, gehouden op 28 november 2015 in de Aula Maior van Rolduc)) ((Tekst tussen enkele haken () werd niet uitgesproken.Tekst tussen dubbele haken bevat regie- en leesaanwijzingen)) ((De spreker neemt het woord in het donker. Hij spreekt dit eerste deel van de tekst vlak uit en beweegt spaarzaam. Alsof het om een reeks feitelijke mededelingen gaat.)) De oostelijke mijnstreek is de vijfde stad van Nederland; een enkel stedelijk gebied met duidelijk herkenbare buitengrenzen, een eigen identiteit en een eigen geschiedenis. De oostelijke mijnstreek is de vijfde stad van Nederland. Dubbel zo groot als Maastricht, net even wat groter dan Eindhoven, even zo groot als Aken. Die vijfde stad van Nederland is sinds de sluiting van de mijnen, is nu sinds vijftig jaar, onafgebroken, in verval. Vijf symptomen van verval 1) De stad is dodelijk ongezond. Men gaat hier vroeg dood. Men sterft hier eerder dan waar dan ook in nederland. Hetzelfde geldt voor de ouderdomsgebrekkigheid. Ook die begint hier vroeg, vroeger, jonger dan elders: nergens zo veel rollators en scootmobiels als in de oostelijke mijnstreek. De oorzaak van dat vroege gebrek en dat vroege sterven is bekend. Het is de levensstijl. De zelf gekozen levensstijl. Men zit kijkt rookt drinkt en eet het eigen zelf met opzet vroeg dood. Dat is hoe lafaards zelfmoord plegen. 2) De stad herhaalt zich vruchteloos. Er wordt hier sinds vijftig jaar 'ge-her-industrialiseerd'. Drie golven laten zich onderscheiden. Alledrie die herindustrialisaties zijn mislukt. De eerste is mislukt vanwege fraude, de tweede vanwege gebrek aan visie. En de derde, de meest recente? Dat was vanaf zijn conceptie niet meer dan een fantasme: herinnert u zich dat de oostelijke mijnstreek een jaar of vijf geleden de wereldhoofdstad van de productie van zonnepanelen zou gaan worden, het sillicon valley van de duurzame energie? Het boek van de herindustrialisatie is definitief dicht. 3) De stad verliest denkkracht. Sinds de sluiting is er in de oostelijke mijnstreek een continue "brain drain" gaande - een hersen-leegloop. Die leegloop kent drie oorzaken. Bijna iedereen met een hogere opleiding verlaat de stad en bijna niemand keert terug. De universiteit ging naar Maastricht en niet naar Heerlen. Het topmanagement, de staf en de beleidsafdelingen van de grote overheidsdiensten die naar hier kwamen zijn spoorslags teruggekeerd naar de randstad. De collectieve intelligentie van de oostelijke mijnstreek steeg niet van jaar tot jaar -maar daalde. 4) De stad krimpt. Het bevolkingsaantal daalt. Wat rest vergrijst. Kinderen zijn zeldzaam. Scholen sluiten. Huizen zijn zowat onverkoopbaar. Industrieterreinen blijven leeg. Horeca gaat failliet. Winkelstraten lopen leeg. Wijken worden gesloopt. 5) De stad verloochent zichzelf. Niemand is hier van hier. Wij zijn allemaal kinderen of kleinkinderen van immigranten. Twee grote stromen mensen kwamen naar hier: de ene vanuit heel nederland, de andere stroom vanuit heel Europa. (De oostelijke mijnstreek ligt in Limburg, maar is niet Limburgs. Het is een melting-pot, een integratiemachine.) Desondanks stemt men hier nu op de PVV -op een anti-immigranten partij -in sommige wijken krijgt die partij zelfs 60% van de stemmen. Met die stem op het onfatsoen verloochenen de burgers van de oostelijke mijnstreek de eigen ouders en grootouders, de eigen afkomst en geschiedenis, ze verloochenen zichzelf. Drie onderliggende oorzaken voor het verval. 1) De mijnsluiting. De economische basis onder de stad werd weggevaagd. Wat er voor terugkwam is veel minder waard: laag geschoold administratief werk. 6) De stad is nooit polis geworden. De lokale politiek organiseert zichzelf nog steeds langs de lijnen van de negentiende eeuwse stadjes en dorpjes. Daardoor kunnen de problemen van een grote stad niet worden opgelost, de kansen van een grote stad niet gegrepen. De burger van de vijfde stad van Nederland wordt niet naar behoren vertegenwoordigd. Dat maakt die burger machteloos. 7) De mentaliteit van de burgers is verziekt. De sluiting riep een angst die de burger tot op de dag van vandaag in de greep heeft: de verlammende angst geen toekomst te hebben. De onnadenkende en onachtzame kaalslag van alles wat met het mijnwerk te maken had - gebouwen, wijken, landschap- , de vernedering van de vaders na de sluiting en de verschrikkelijke alledaagsheid van hun verstikkingsdood bemoeilijkten de noodzakelijke rouwprocessen; een collectieve depressie was het gevolg. Vijftig jaar mislukking sloeg neer als passieve agressie in de persoonlijkheden en als verachting in de relatie tussen de geslachten. De oostelijke mijnstreek bereikte een dieptepunt in de jaren negentig van de vorige eeuw toen de georganiseerde misdaad de stad stilzwijgend dreigde over te nemen. Daar begint ook een ommekeer. Politiek en politie gaan de strijd met de georganiseerde misdaad aan en winnen die. Volkomen onverwacht, door niemand voorzien, ontstaat er vervolgens een succesvolle leisure industrie in de stad. (Pink Pop. Snow World, de Golfbaan, de Wereldtuinen, de Thermen, het Continuum, Gaia Park.) In Heerlen wordt de Culturele Lente in gang gezet. ((De spreker staat vanaf dit moment in de toespraak in het licht. Hij gesticuleert en gebruikt zijn stem om de argumenten kracht bij te zetten; alsof het om een moreel appel gaat.)) Dames en Heren, Het jaar van de mijnen is bijna afgelopen. Dames en Heren, Het jaar van de mijnen was een overweldigend succes. Waarom? Omdat het aan onze stad haar verleden terug heeft gegeven. Of om het preciezer te zeggen, het jaar van de mijnen was een succes omdat het aan onze stad de trots op dat verleden teruggaf. Terugkijkend zal men later, straks, zeg over weer vijftig jaar, constateren, dat die door het jaar van de mijnen herstelde trots het eigenlijke begin was van de renaissance, van de wedergeboorte van de oostelijke mijnstreek. ((De spreker spreekt de volgende passage steeds sneller. Net voor de woorden "en daalden af" valt hij stil..daarna versnelt hij opnieuw)) Het waren gewone mensen, gewone mannen en vrouwe. Ze kwamen uit heel Nederland en uit heel Europa. Velen van hen kwamen te voet. Een paar Hollanders op de fiets, natuurlijk. Wie een beetje geld gespaard had voor de reis deed een deel van de tocht per trein. Sommigen kwamen uit de stad, uit Amsterdam bijvoorbeeld, of uit Zagreb, of uit Valencia. Anderen verstonden het vak al, waren al mijnwerker en kwamen naar hier uit een van de andere mijnstreken in de buurt, uit Belgie, uit Frankrijk, uit Duitsland, dat waren de grensgangers. De meesten kwamen van het platteland, van de Drentse hei, de Zeeuwse klei, het Peelse zand, van de valleien van Slovenie, de moerassen in Polen, de olijfgaarden van Italie; het waren boerenjongens met de zon en de seizoenen en en een buitenleven in de kop en in het lijf. Ze kwamen hier aan, in het nieuwste steenkolengebied van West Europa, laat, bijna te laat ontgonnen, een Hollandse misser die op het nippertje nog goed kwam, ze kwamen hier aan, die immigranten, en ... daalden af, in een diep zwart gat, een gat, de koel, waar ze feitelijk een leven lang niet meer uitkwamen. Ze wroeten in dat zwarte gat, een halve kilometer steen boven hun hoofd, in het donker, in een machinale kakofonie, ze schuften zoals het dialect zo mooi zegt, ze werken zich ongans, iedere dag weer, schicht na schicht. Het werk is niet alleen zwaar maar ook gevaarlijk. Je kunt doodgaan in dat gat, gewond raken en verminkt. En als je geluk gehad hebt en een leven van verwondingen heeft alleen wat zwarte littekens achtergelaten, niets ernstigs, dan is de kans groot -en iedereen weet dat- dat dur sjtub je alsnog te grazen neemt, dat je op een vreselijke manier zult creperen, een jarenlangzame verstikkingsdood. De mijnwerkers, al die mijnwerkers, de levenden en de doden, verdienen dat we trots op ze zijn. Waarom kwamen ze naar hier? Waarom daalden ze af in dat gat? Waarom namen ze dat schuften op zich? Om bij te dragen aan de welvaart van Nederland? om Nederland van energie te voorzien? Ik dacht het niet. Om geld te verdienen? Dat is dichter bij de waarheid, dat antwoord, maar nog steeds hopeloos krom. Ze kwamen naar hier, daalden af, schuften een leven lang ... om hun kinderen een betere toekomst te bieden. Zo simpel was het, zo simpel is het altijd. De mijnwerkers, de levenden en de doden, verdienen dat wij trots op ze zijn. Ze verdienen dat vanwege de zwaarte van het labeur, ze verdienen dat omdat ze het deden voor hun kinderen en hun kleinkinderen, maar ze verdienen die trots bovenal omdat ze zo succesvol waren, omdat ze er bovenmatig goed in slaagden die betere toekomst voor hun kinderen waar en werkelijk te maken. (( De spreker spreekt de volgende passage in een heel hoog maar gelijkblijvend tempo uit. Hij ondersteunt daarmee de strekking: "in minder dan drie generaties", wat wil zeggen: bijzonder snel)) In minder dan drie generaties bouwde het werk van de mijnwerkers een nieuwe grote stad in het hart van het ZuidLimburgse heuvelland. In minder dan drie generaties integreerden die mijnwerkers zichzelf volledig in de Nederlandse samenleving. In minder dan drie generaties creëerden ze een krachtige en bijzondere en rijke cultuur; een mengeling van avant- garde en volkscultuur, met drie geprononceerde zwaartepunten...muziek, voetbal, carnaval. De vijfde stad van Nederland, een integratiemachine, een eigen unieke cultuur. Dat is wat ze ons hebben nagelaten, wat ze voor ons bij mekaar geschuft hebben, dat is wat wij aan de mijnwerkers te danken hebben. Dames en Heren, Kunnen zij ook trots op ons zijn? Kunnen de mijnwerkers, de doden en de levenden trots zijn op ons? Op hun kinderen en kleinkinderen? Op ons beheer van hun nalatenschap? Op wat wij met de toekomst die zij voor ons maakten, gedaan hebben? Dames en Heren, Ik denk het niet. Ik denk niet dat ze trots op ons kunnen zijn. Zij zouden zich voor ons moeten schamen, de mijnwerkers, de levenden en de doden, ook al doen ze dat -uit liefde- waarschijnlijk niet. De verloochening van de eigen afkomst? Hoger opgeleiden die weglopen en de rest in de steek laten? Een stad die weg kwijnt? Vijftig jaar mislukking? Een langzame laffe collectieve zelfmoord? Het jaar van de mijnen heeft ons, heeft de burgers van de vijfde stad van Nederland, van de oostelijke mijnstreek het mijnverleden teruggegeven. Het jaar van de mijnen heeft ons het mijnverleden teruggegeven als een verleden om trots op te zijn. Het jaar van de mijnen heeft in onze herinnering teruggeroepen wat onze vaders en moeders en grootvaders en grootmoeders gepresteerd hebben -aan gene zijde van heroïek en nostalgie, als gewone mensen die zich om hun kinderen bekommerden. Door dat te doen heeft het jaar van de mijnen ons, de burgers van nu, beschaamd. Het jaar van de mijnen heeft ons gedwongen onszelf met de mijnwerkende generaties te vergelijken -en in te zien dat we tekort schieten. Het jaar van de mijnen dwingt ons in de spiegel van de vorige generaties te kijken en ons eigen falen onder ogen te zien. Het wordt tijd dat wij de rug rechten. Het wordt tijd dat we ons hun erfenis waardig tonen. Het wordt tijd dat we een begin maken met de renaissance van de oostelijke mijnstreek. (Ik weet, ik zie, ik voel, Dames en Heren, dat sommigen van u hier in de zaal inmiddels boos zijn. De succesvolle ondernemer wordt kwaad als ik het over mislukte herindustrialisatie heb. De intellectueel die bleef, raakt beledigd als ik zeg dat de mijnstreek dommer werd. De creatieve geest ziedt als ik naar de passieve agressie verwijs. De lokale politicus die zich inzet voor de gemeenschap, voelt zich onrecht aangedaan, als ik stel dat de burger niet goed wordt vertegenwoordigd. De partner van iemand met kanker is diep gekwetst als ik vroeg dood gaan met levensstijl in verband breng. Al die boosheid is begrijpelijk, heel begrijpelijk, maar even zo goed misplaatst. De ondernemer zou niet boos moeten zijn op mij maar op diegenen die tegen beter weten in bleven "herindustrialiseren". In plaats daarvan had men op het ondernemerschap en de ondernemers moeten vertrouwen. De intellectueel zou kwaad moeten worden op de andere hoogopgeleiden die de stad in de steek lieten. De creatieve geest zou moeten herkennen dat het de passieve agressie om haar heen is, die haar leven zuur maakt. De lokale politicus had al lang dat ene bestuur moeten realiseren, dat de vijfde stad van Nederland al vijftig jaar nodig heeft. Ik vraag de partner van de ernstig zieke om verontschuldiging.) Dames en Heren, wat staat ons te doen? Marc Jetten, de directeur van het jaar van de mijnen zegt het keer op keer en ik zeg het hem hier met plezier na: het jaar van de mijnen is niet een afsluiting maar een begin. Wij moeten het mijnverleden en de mijnwerkers een blijvende plaats geven in ons heden, ons leven, onze cultuur. Zij verdienen dat ....en wij hebben het nodig. Wij hebben die levende herinnering nodig als inspiratie, als uitdaging, als vertrouwensbron. Als zij het konden, kunnen wij het ook. Deze stad heeft een mijnmuseum nodig. Een mijnmuseum nieuwe stijl, dat zich niet opsluit in een enkel gebouw maar het verleden overal in de stad aanwezig stelt. Een museum waar exmijnwerkers, kunstenaars, intellectuelen, vrijwilligers en curatoren in samenwerken. Een museum dat de spokende mijnwerkers een thuis, de stad een geestelijk centrum geeft. We praten al dertig jaar over zon museum. Dat is lang genoeg. We moeten de hoog opgeleiden die de oostelijke mijnstreek zijn ontvlucht opnieuw aan de stad verbinden. Ze hoeven niet terug te komen. Ze hoeven hier niet te komen wonen. Maar het zou mooi zijn als ze een deel van het kapitaal dat ze elders hebben verworven, een deel van hun sociale, financiële en culturele kapitaal, hier zouden willen investeren. De stad heeft dat nodig. We moeten als burgers eindelijk het lot van onze stad zelf in handen nemen. De negentiende eeuwse politieke structuur moet opgeruimd. De oostelijke mijnstreek, de vijfde stad van Nederland moet nu eindelijk ook een polis worden, moet een enkel politiek bestuur krijgen, een college, een raad, een burgemeester. Laten we die politieke eenwording allemaal samen, burgers, ondernemers, verenigingen, instellingen en politieke partijen nog voor de volgende verkiezingen tot stand brengen. Dames en Heren, Anderhalf miljoen mensen zijn vanuit Syrie naar Europa onderweg. Te voet, net als onze grootouders. Ze doen dat, net als onze grootouders, voor hun kinderen. Ze doen dat omdat hun land door oorlog vernietigd wordt. Ze doen dat om hun kinderen de kans te geven te overleven. Zo simpel is het, zo simpel is het altijd. Europa gaat plaats voor ze maken. Als Europa dat op een goede manier doet, snel, verstandig, ruimhartig, dan gaat dat Europa een geweldige impuls geven -economisch, sociaal, cultureel. Als Europa dat op een goede manier doet dan legt dat het fundament voor de democratisering en modernisering van het Midden Oosten. Als Europa dat op een goede manier doet is dat de doodsteek voor Isis en het gewelddadige fundamentalisme. Zou het niet geweldig zijn, Dames en Heren, als de oostelijke mijnstreek in dat "plaats maken" binnen Nederland het voortouw zou nemen? Het opvangen van de volksverhuizing uit het Midden Oosten is de existentiële beproeving van de EU, van de unie van Europese democratieën. We gaan nu zien wat de unie waard is. De volksverhuizing gaat haar breken -of maken. Zou het niet prachtig zijn, Dames en Heren, als de oostelijke mijnstreek, de vijfde stad van Nederland, aan dat wankelende Europa een lichtend voorbeeld geeft? Wij kunnen hier 25000 Syriërs welkom heten. De krimp heeft daarvoor gezorgd. Er is hier meer dan plaats genoeg. Wij kunnen er voor zorgen dat die 25000 Syriërs razendsnel integreren. Wij hebben daar de kennis, de ervaring en het zelfvertrouwen voor. Been there, done that. Wij kunnen er voor zorgen dat die 25000 Syriërs een florerende gemeenschap gaan vormen. Omdat iedereen hier een immigrantenkind is: dat begrijpt elkaar snel. Omdat religieuze verdraagzaamheid hier een traditie is. Omdat -en dat is het belangrijkste- omdat wij hen net zo hard nodig hebben als zij ons. Kunnen wij dat, 25000 Syriërs een thuis bieden? Yes we can. Zou ons dat goed doen? Het zou ons genezen. Dames en Heren, Het programma van vanmiddag bestaat uit twee delen. Als voorprogramma wordt Koel uitgevoerd. Compositie Hardy Mertens, Videowerk Christine Munz, Concept Frans Geraedts. Het is een wereldpremière. Koel is een fragment. Het is een deel van een blaasmuziek-en-video-symphonie met de titel Machines of Mourning waar hardy, christine en frans sinds 2010 aan werken. Koel verbeeldt en verklankt de labeur, de genadeloze herhaling van het mijnwerk. Koel duurt zestien minuten. Dan volgt een korte onderbreking- geen pauze..we verzoeken u vriendelijk te blijven zitten. Het hoofdprogramma van vanmiddag is een uitvoering van Miners Hyms. Film: Bill Morisson. Compositie Johan Johanson. Miners Hymns is een van de belangrijkste kunstwerken van de eenentwintigste eeuw. Miners Hymns maakt het mogelijk het mijnwerk, het mijnwerkersleven, de mijnwerkerscultuur als een geheel te ervaren. In al zijn complexiteit, al zijn tegenstrijdigheid, al zijn ambivalentie. Miners Hymns maakt de zwaarte van het mijnwerkersbestaan ervaarbaar, maar ook de waardigheid en de schoonheid ervan. Miners Hymns maakt begrijpelijk dat mensen dat bestaan tot het uiterste wilden verdedigen. Miners Hymns verbeeldt en verklankt echter ook de onherroepelijkheid van het einde. Miners Hymns is de Guernica van het mijnwerkers bestaan. Miners Hymns maakt het u mogelijk om te rouwen om al de verliezen die mijnwerk en mijnsluiting met zich mee brachten. Ik wens u veel plezier. ((Frans Geraedts, filosoof)) ​